Uit de recensies: "Spannende, zeer geloofwaardige politiethriller!" "Spanning van eigen bodem" "Realistisch en spannend"

De Medina

 

Ze hoorde snelle voetstappen achter zich en draaide zich met een ruk om. Ze ving nog net een glimp op van de man die in de hoek van het krappe winkeltje tegen de muur geleund had gestaan. Als een op hol geslagen paard rende hij door de achteruitgang en verdween. In een opwelling rende ze achter hem aan, maar binnen een minuut had ze al spijt van deze impulsieve actie. Ze was terecht gekomen in de krochten van de Medina en waande zich niet alleen decennia terug in de tijd maar werd vooral in haar gezicht geslagen door de derde wereld armoede die doorgaans voor toeristen verborgen bleef. Maar er was geen tijd om daarbij stil te staan. Ze moest door. Deze man moest te maken hebben met de verdwijning van Manon en als ze hem zou volgen bracht hij haar vast bij haar vriendin. Dat bleek echter gemakkelijker gedacht dan gedaan. Hij rende door de smalle steegjes waarbij hij behendig mensen met allerhande handelswaar vervoerd in handkarren of op de rug van ezeltjes ontweek, maar ook stapels puin deels opgestapeld tegen de gammele Medinahuizen opgebouwd in zandsteen of leem. Ze deed haar best hem bij te houden en focuste zich op het opvallend paars rood gekleurde shirt dat hij droeg. Ze negeerde de stekende pijn in haar rechterenkel en hield haar adem in toen een rottende lucht haar neusgaten binnendrong. Lang hield ze dat echter niet vol en hoestend ademde ze uit terwijl ze haar pas vertraagde. Het paarsrode shirt was verdwenen. Ze keek om zich heen. Ze stond in een smalle steeg met vaalblauw geschilderde muren. Aan de linkerkant zag ze de ingang naar een steegje en verderop een smal zijstraatje naar rechts. En alsof de bewoners het met elkaar hadden afgesproken was er opeens niemand meer op straat. Ze had geen idee waar Manon was, maar dat gold nu ook voor haarzelf. De paniek kwam opzetten vanuit haar buik en trok zo snel naar boven dat ze begon te kokhalzen.

 

10 minuten eerder 

 

            ‘Nee, echt alleen deze nog! Kijk dan die theekannetjes!’ Manon was al naar binnen. Kate bleef naast de deuropening staan. Na winkeltje nummer zoveel was ze het echt zat. Ze had zin in het zwembad van hun Riad en in de couscous met citroenkip die ze daar zo voortreffelijk klaarmaakten. Ze had besloten haar vriendin 5 minuten te gunnen en om haar daarna desnoods met geweld het winkeltje uit te trekken en mee te sleuren naar de door haar zo verlangde oase van rust en koelte. Nadat ze het voorbij trekkende publiek dat bestond uit een bonte mix van locals die zich efficiënt door het smalle straatje worstelden en sjokkende om zich heen kijkende toeristen een tijdje had gade geslagen, keek ze op haar Fitbit. Er waren inmiddels 8 minuten verstreken. Ze liep langzaam het winkeltje binnen en knipperde met haar ogen omdat ze moest wennen aan de duisternis. Langs de wanden stonden theepotten en andere zilverkleurige voorwerpen in allerlei soorten en maten uitgestald. Het was maar een klein winkeltje en net toen ze bedacht dat 8 minuten best lang waren om hier rond te kijken drong het tot haar door dat Manon helemaal niet binnen was. Plotseling schrok ze omdat ze in achterin de hoek van het gammele pandje een gezicht ontwaarde. Iemand stond tegen de muur geleund te roken en haar onophoudelijk aan te kijken. Het bezorgde haar de rillingen, maar ze liep toch naar hem toe.

            ‘Did you see my friend?’ vroeg ze hem. De man haalde zijn schouders op en zei niets.

       ‘Mon amie? Un fille blonde?’ probeerde ze in haar beroerde Frans. De man schudde grijnzend zijn hoofd en keek langs haar heen naar buiten. In verwarring draaide zich om en liep langzaam richting de ingang van het winkeltje. De enige ingang constateerde ze verontrust. Het icoontje op haar telefoon verried dat Manon geen berichtje had verstuurd. Terwijl haar ongerustheid toenam klonk er op straat opeens een hoop herrie die werd gevolgd door een kreet vlakbij haar.

 

            Terug naar nu

 

Ze dwong zichzelf rustig in en uit te ademen. De stilte die in het steegje hing zou ze normaal gesproken hebben omarmd, maar voelde nu beklemmend. Welke kant moest ze in godsnaam op? Het had nu totaal geen zin op zoek te gaan naar Manon. Ze moest zich focussen op hun Riad. Als ze daar eenmaal was kon ze het personeel vragen haar te helpen. Omdat er nog steeds niemand op straat was, liep ze op gevoel links de straat in, op zoek naar mensen die ze de weg kon vragen. De slingerende straat werd steeds smaller en daardoor donkerder. Ze passeerde een paar zijsteegjes maar omdat die er nog donkerder uitzagen besloot ze rechtdoor te blijven lopen. En terwijl de neiging op de grond te gaan zitten en in huilen uit te barsten steeds onweerstaanbaarder werd, begon het steegje weer breder te worden. En in de verte zag ze zo waar iemand lopen. Het was een oudere vrouw gehuld in een galabeya en bijpassende hoofddoek. Ze liep op Marokkaanse puntsloffen.

            ‘Bonjour Madame’ zei Kate biddend dat deze dame Frans zou spreken. De vrouw had een gerimpelde huid maar met jeugdig glanzende bruine ogen waarmee ze Kate nieuwsgierig aankeek.

            ‘Vous connaissez Le Riad Alkantara?’ Kate deed haar best niet smekend te kijken. De vrouw fronste en wreef met haar hand over haar mond. Toen schudde ze haar hoofd en liep verder in de richting van waar Kate was gekomen. Moedeloos liep Kate door. Een vakantie from hell. Haar vriendin spoorloos, zijzelf hopeloos verdwaald. Haar maag begon flink te rommelen en haar tong voelde compleet uitgedroogd. En net toen de tranen zich aandienden sloeg ze zich voor haar voorhoofd. Google maps! Dat ze daar niet eerder aan had gedacht! Ze haalde haar telefoon tevoorschijn en zag toen pas het bericht.

            Kate, waar ben je? Dacht dat je teruggegaan was naar de Riad omdat ik nog in dat andere winkeltje wilde kijken. Heb al couscous besteld. x M.’